Een visie op de functie van Spinoza’s sterfhuis, paviljoensgracht 72/74; Iets tussen plaats delict en bedevaartsoord.

Geachte Spinoza-lezers,
Aanleiding
Op het weblog van Stan Verdult las ik ongeveer een jaar verleden dat het zoldervertrek van Paviljoensgracht 72/74 op maandagmiddagen opengesteld zou zijn. Dat was een vergissing, bedoeld was de studiezaal op de begane grond en dat werd in het weblog hersteld.
In ieder geval bracht ik een bezoek aan de studiezaal aan Paviljoensgracht en maakte kennis met Dirk Noordman. Ik vertelde hem over mijn verbijstering over de werdegang van Johan Herman Carp; van eminent Spinozakenner tot overtuigd nationaal-socialist.

Dirk vroeg mij een presentatie te verzorgen over de geschiedenis van Paviljoensgracht 72 ter gelegenheid van een te organiseren congres voor het afscheid van Theo van der Werf.
Mijn zoektocht met dank aan het weblog van Stan Verdult
Ik heb veel gehad aan het weblog van Stan Verdult. Hij verwees naar het artikel van André Mommen
“Van spinozist tot nationaal-socialist: de Nederlandse rechtsfilosoof Johan Herman Carp (1893-1979).” Dit artikel in het Vlaams marxistisch tijdschrift laat zich lezen als een afrekening met Carp. Toch vestigde Stan de aandacht op een onderdeel F van het boek “Spinozisme als wereldbeschouwing” dat helder de godsvoorstelling van Spinoza begrijpelijk maakt.
Tijdens mijn zoektocht stuitte ik op een uitgave van De Vereniging Het Spinozahuis, “ De geschiedenis van het sterfhuis van Spinoza, een levensbericht van een Haags monument 1646 – 1977.” bezorgd door Guido van Suchtelen, uitgegeven als brochure, het gele boekje, door de VHS ter gelegenheid dat in 1977 Benedictus Spinoza 300 jaren geleden overleden is.

Wie schreef de tekst voor het gele boekje?
Nu is er een veronderstelling, lees ik op het weblog, dat Carp zelf deze tekst als ghostwriter voor Van Suchtelen zou hebben geschreven. Zonder bronnen geen historie zeg ik Wiep van Bunge na en ben het gele boekje wat aandachtiger gaan bekijken. Op de titelpagina lees ik:” Onder auspiciën van de Vereniging Het Spinozahuis bezorgd door Guido van Suchtelen.” Waarom bezorgen? Ik lees in de verantwoording “de eerste acht hoofdstukken van deze historie, wat men in de wandeling Domus Spinozana is gaan noemen, kwamen tot stand dankzij de deskundige medewerking verkregen uit de kring van de voormalige Societas Spinozana, welke in de voor- oorlogse jaren haar zetel in het toen internationaal bekende huis heeft gehad.”
De vraag blijft wie uit de kring uit de Societas Spinozana Guido van Suchtelen geholpen hebben zonder dat ze met een dankwoord zijn vermeld. Doctoranda Roelofz en doctor Carp lijken mij de belangrijkste gesprekspartners. Overigens heeft het boekje negen hoofdstukken het laatste hoofdstuk heeft als titel “het spinozahuis sinds de Bevrijding.”
Bekijk ik het boekje verder, dan tref ik op pagina 4 een foto aan waarop een heer met hoge hoed in de hand, de gedenksteen achter de Nieuwe Kerk onthuld. In de namiddag om 15.00 uur. Die meneer is Dr J H Carp. Ik vermoed dat hij het als hoogtepunt van zijn loopbaan als Spinozist zou beschouwen.
Mijn zoektocht begon allengs het karakter van een detective aan te nemen. Vandaar dat ik het in de subtitel weinig subtiel heb over plaats delict. Maar daarover verderop in mijn verhaal.
De herontdekking en verwerving van het pand
De herontdekking van Het sterfhuis van Spinoza is wetenschappelijk vastgesteld door bronnenonderzoek.

Dr. M.F.A.G. Campbell slaagde er in 1880 in aan de hand van oude archiefstukken, met name overdrachtsacten, de juiste plaats vast te stellen van de woning van van der Spyck, waar Spinoza vanaf 1671 tot zijn dood gewoond heeft.
In 1880 werd op basis van onderzoek Campbell een opschrift in de gevel gemetseld. Het luidt: “hier woonde Spinoza van 1671 tot zijn dood in 1677”.
In het pand was tot aankoop in 1927 een café-billiard gevestigd, de benedenverdieping was de gelagkamer. Aan het raam van het bovenvertrek was een spiegel, een spionnetje, gemonteerd.

Uitbater was ene Van Es, een verwijzing naar de populaire Haagse Tegenpartij van de heer Jacobse en Tedje van Es?
Op de paviljoensgracht leefde Spinoza 6 jaren, hij voltooide daar zijn hoofdwerk, de Ethica. In het Spinozahuis in Rijnsburg woonde hij van 1661 tot 1663 dus 2 jaren, schreef er het boek over Descartes en publiceerde dat onder eigen naam. Historisch lijkt Paviljoensgracht van groter gewicht dan het Spinozahuis te Rijnsburg.
Bij de 250ste herdenking van de sterfdag van Spinoza in 1877 sprak Ernest Renan de vermaarde woorden. “C’est d’ici peut- être que Dieu a été vu de plus près”. Deze uitspraak lijkt wel een opmaat voor de religieus-mystieke interpretatie van het gedachtegoed van Spinoza, waarover aanstonds meer.
De Duitse Spinozakenner Carl Gebhardt heeft gezamenlijk met Adolphe S. Oko uit Cincinnati (Ohio) het plan ontworpen om de woning Paviljoensgracht als Spinozamonument in te richten en hebben samen de benodigde financiële middelen verzameld. In 1923 heeft Gebhardt in het oud-archief der gemeente Den Haag onderzoek verricht met name van straatgeld- verpondingsregisters, om nog eens met zekerheid vast te stellen dat het huis aan de paviljoensgracht inderdaad het Spinozahuis is. Een gevolg hiervan was dat de woning op de Monumentenlijst werd gezet.
Begin 1927 werd een stichting opgericht met de naam ‘Domus Spinozana’. De stichting kocht de woning onmiddellijk na oprichting.
Het werd daarmee de vestigingsplaats van de in 1920 opgerichte, Societas Spinozana. Bij beide stichtingen, Domus Spinozana, (het Haagse Spinozahuis) en de Societas Spinozana, had Dr J H Carp een belangrijke bestuursfunctie.

In 1920 trad Carp toe tot de redactie van het tijdschrift Chronicon Spinozana en in 1921 werd hij ook bestuurslid van de Societas Spinozana.
In Carp zijn eigen woorden:
“Nadat den 21sten Februari des namiddags te drie uur – volgens den geschiedschrijver het sterfuur van Spinoza – op een terrein achter de Nieuwe Kerk aan het Spui door het Bestuur der Societas Spinozana een gedenksteen onthuld was en des avonds in de Rolzaal der Grafelijke zalen op het Binnenhof door den Burgemeester van ’s Gravenhage, Mr. J.A.N. Patijn, en de Bestuurderen der Societas Spinozana, Prof. Léon Brunschvicg, (Frankrijk), Dr. J. H. Carp, (Nederland), Dr. Carl Gebhardt (Duitschland), Prof. Adolfo Ravà, (Italië) en Prof. Adolphe S. Oko (Amerika) gedachtenisreden waren uitgesproken, had op den 22sten Februari des voormiddags om 10 uur de inwijding van het Spinozahuis 21 februari 1927, eerder dat jaar is de stichting Domus Spinozana opgericht.”
Johannes Hendrik Carp is historisch de spil geweest bij het proces van de herwaardering van Paviljoensgracht 72/74.
Van de Domus Spinozana was hij de secretaris, rector, en Bierens de Haan was de voorzitter.
De Domus Spinozana was een stichting. Je kon er alleen donateur van zijn. Het stichtingsbestuur hoefde geen verantwoording af te leggen aan leden want die waren er niet. Dit in tegenstelling tot de vereniging het Spinozahuis die als rechtsvorm de vereniging heeft.
Carp wilde paviljoensgracht 72/74 inrichten voor de internationale verbreiding van het spinozistische gedachtegoed.

De benedenverdieping zou dan ingericht moeten worden als een studiezaal.
Het begrijpen van de levensloop van Carp
Hoe is het nu mogelijk dat de auteur van “Het Spinozisme als wereldbeschouwing” geschreven in begin jaren dertig (1932) ruim 10 jaren later het boek “Beginselen van nationaal- socialisme” (1942) heeft kunnen schrijven?
Een relevante bron is het eerder genoemde artikel van André Mommen. Hier kan ik alleen maar kort aanstippen hoe deze ontwikkeling te begrijpen is. Mommen zoekt het in de mystiek- religieuze benaderingswijze.
Aanvankelijk ging ik er ook vanuit dat de religieus-mystieke accentuering van de Haagse school oorzaak was van de opmerkelijke loopbaan van Carp. Het was niet alleen Carp die zo’n ontwikkeling meemaakte. In 1933 werden er vijf redevoeringen gehouden ter herdenking van de 300e geboortedag van Spinoza. Bierens de Haan sprak over Spinoza als metafysicus, Polak over Spinoza als ethicus, Carp over Spinoza als mysticus, Von Schmid over Spinoza als staats en rechtsfilosoof en Van der Vaart Smit over Spinoza en de gereformeerde theologie. Zowel Carp als Van der Vaart Smit, twee van de vijf sprekers, zijn tijdens de bezettingsjaren voor de autoritaire verleiding bezweken.
Feit is dat de meer rationalistische ingestelde Rijnsburgers van deze autoritaire verleiding zijn gevrijwaard.
Om deze ontwikkeling te begrijpen lijkt het mij nodig in te gaan op de interpretatie van Spinoza door Bierens de Haan. Gelukkig is daar een mededeling over verschenen. Mededeling 24; J. G. van der Bend: “Dr J. D. Bierens de Haan en Spinoza”.

Bierens de Haan vond Spinoza te weinig dynamisch en die dynamiek waardeerde hij zeer in het denken van Hegel. Hij probeerde dus het gedachtegoed van Spinoza aan te vullen, te verbeteren, of te wel geschikter te maken voor de tijd waarin hij leefde.
In dit verband introduceert Van der Beld de term inlegkunde. Een interpretatie die verder gaat dan het gedachtegoed van Spinoza, hem te willen aanvullen of zelfs te verbeteren voor een hedendaagse wereldbeschouwing.
Dit begrijpen van Carp en Van der Vaart Smit vereist een meer omvattende studie in die elementen in de filosofie van Spinoza die tot dergelijke politieke stellingnames aanleiding kunnen geven. Het valt buiten het kader van deze lezing om er nu dieper op in te gaan.
De essentie van het pand Paviljoensgracht
Wat is nu de essentie van paviljoensgracht 72/74?
Ik ga te rade bij Spinoza bij een omschrijving van essentie in Def 2 Ethica 2
“Tot de essentie van een zaak behoort, zeg ik, datgene waarmee deze zaak noodzakelijk aanwezig is, en dat waarvan de afwezigheid haar noodzakelijk te niet doet of wel datgene zonder het welk die zaak, en omgekeerd wat zonder die zaak, niet kan bestaan en kan worden begrepen.”

Het zoldervertrek zie ik als essentie van het pand Paviljoensgracht. Stel dat er in de drukkerij naast het pand een brand uitbreekt, het vuur slaat over en het zoldervertrek verbrandt. Het huis wordt herbouwd zonder zoldervertrek, maar met een plat dak. Is dit huis nog wel op te vatten als het sterfhuis van Spinoza?
Ik wil u wijzen op de zwerftocht van de gevelsteen. Oorspronkelijk pal onder het zoldervertrek, later boven de studiezaal.

De studiezaal is in mijn visie het plaats delict. Het delict is uiteindelijk de huisvesting van een stichting ter bevordering van nationaal-socialistische wetenschap. Eerder was de studiezaal bestempeld als internationaal centrum ter bestudering van het Spinozisme.
In ieder geval is uit de gevelsteen de naam Spinoza geschrapt tot de eenvoudige mededeling anno 1646.
Carp ontwikkelt zijn wereldbeeld in het boek “Spinozisme als wereldbeschouwing.” Uitgebreid beschrijft hij opklimmende bewustzijnsontwikkelingen die culmineren in zijn Spinozisme. In andere woorden: de bestudering van het Spinozisme was voor Carp de belangrijkste functie van het pand. Bevordering van nationaal-socialisme was voor hem een logische stap.
Als je deze ontwikkeling met de kennis van nu een bezwijken voor de autoritaire verleiding, het delict noemt, dan is de studiezaal op te vatten als het plaats van het delict.
Als het om de essentie van het pand gaat dan kies ik het zoldervertrek waar Spinoza daadwerkelijk gewoond heeft en waar hij zijn Ethica voltooid heeft. De studiezaal hoort gewoon bij de woonfunctie van het pand.
De ontmanteling van de stichting Domus Spinozana
Na de bevrijding werd de stichting opgeheven en de afwikkeling werd overgedragen aan een comité van drie leden. In de jaren zeventig van de vorige eeuw besloot dit comité het sterfhuis te schenken aan de Rijnsburgse Vereniging Het Spinozahuis. De voorzitter van de vereniging J. J. von Schmid wilde als enig bestuurslid, deze schenking niet aanvaarden. Dit vanwege de voormalige functie van het pand en de ligging nabij de Haagse rosse buurt. Ik vraag me af of dit de enige motivatie kan zijn geweest. Als staatsrechtgeleerde kan Van Schmid zich best wel

eens willen distantiëren van de collega staatsrechtgeleerde Carp.
De vereniging droeg het pand over aan monumentenzorg. Daardoor kon het pand gerestaureerd worden. Sindsdien is op de begane grond een bescheiden ruimte als leeszaal ingericht met de biografische collectie over Spinoza. In Rijnsburg wordt de historische eigen collectie van Spinoza bewaard.
Na de bevrijding is Carp berecht en is er met een gevangenisstraf van 12 jaren, genadig vanaf gekomen. Over het gedrag van Carp kan niet licht worden gesproken: een staatsrechtelijk onderbouwd voorstel om Mussert tot regent te benoemen, het schrijven van een boek over de ideologie van het nationaal-socialisme, het oprichten van een vredesgericht, een aparte rechtbank om misdaden tegen het nationaal- socialisme te berechten. Opmerkelijk is dat de rechter dit heeft vergoed met de lankmoedige houding van de toenmalige Hoge Raad.
Openstelling van het zoldervertrek
Mijn voorkeur is het om het zoldervertrek toegankelijk te maken. Het toegankelijk maken van het zoldervertrek zou kunnen voorzien in een behoefte van veel lezers van Spinoza.
In het gele boekje trof ik een foto aan van de inrichting van het zoldervertrek.

Bepaald geen gemakkelijke manier om te schrijven. De openstelling van het zoldervertrek zou kunnen leiden tot veel buitenlandse bezoekers. Het lijkt mij bijzonder een bezoek te brengen aan een bescheiden ruimte waarin Spinoza de laatste hand gelegd moet hebben aan de voltooiing van de zijn hoofdwerk, de Ethica. Het zoldervertrek zou zo authentiek mogelijk ingericht kunnen worden waarbij replica’s van

schrijftafel, de stoel en het hemelbed niet zouden mogen ontbreken. Ook afbeeldingen van eigenhandig geschreven brieven zouden kunnen bewerkstelligen dat een bezoeker zich zo dicht mogelijk bij de historische Spinoza zou kunnen voelen.
De toegankelijkheid zou verkregen kunnen worden door een tweede trappenhuis in het pand, of als dit niet kan door het plaatsen van een lift aan de achterzijde van het pand.

De aanbouw rechts op de foto, is afgebroken bij de laatste renovatie. Bouwkundig lijkt het mij mogelijk op ongeveer die plek een glazen liftkoker te plaatsen, zoals je die ook vaak ziet bij renovaties van historische panden en musea.
Het toegankelijk maken van het zoldervertrek zou kunnen gaan werken als een soort bedevaartsoord. Echter de nadruk op het zelfstandig lezen van zijn gedachtegoed, maakt dat het niet de kwalijke kanten heeft van een bedevaartsoord als plaats waar wonderen vereerd worden.
Tegenwoordig is experience een onderdeel van museumbezoek. Zo dicht mogelijk geraken bij de historische Spinoza op de plek waar hij aan zijn schrijftafel zijn hoofdwerk de Ethica voltooid heeft. Het lijkt mij voor de Vereniging Het Spinozahuis een hoog goed.
De toegang met een uitwendige lift is dan via de dunne bierkade. Daar is het zogenaamde Spinozapoortje.

De tekst luidt: “Deez’ smalle poort leidt onvermoed
Naar ruimte tot ons geestelijk goed”
Deze tekst is een verwijzing naar de voormalige vergaderzaal van de Darbisten, een soort collegianten. Zoals Stan Verdult in zijn weblog aangeeft is het een misvatting om te denken dat met ruimte het Spinozahuis is bedoeld.

Ik besluit met de hoop dat dit thans hermetisch afgesloten toegangspoortje tot de tuin van het pand paviljoensgracht ooit geopend kan worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *